| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| manager onderzoek en ontwikkeling | onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren | haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen |
| sterrenkundige | wetenschappelijk onderzoek in een waarnemingscentrum uitvoeren | experimentele gegevens verzamelen |
| huisarts | gezondheidszorgdiensten bieden aan patiënten in de algemene medische praktijk | de fysieke toestand van klanten beoordelen |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip 9a58cd26-58eb-4a1c-b1b6-64037fe9cfa1. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit manager onderzoek en ontwikkeling
Een manager onderzoek en ontwikkeling heeft in de classificatie 28 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘abstract denken’ zijn ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’ en ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 1 van de 122 profielen staat de combinatie met ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’; voor de combinatie met ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’ is dat 2. Vraag welke rol ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’ speelde vóór iemand aan ‘abstract denken’ begon. Hoe zou een sterrenkundige datzelfde werkmoment beschrijven als ‘wetenschappelijk onderzoek in een waarnemingscentrum uitvoeren’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit sterrenkundige
Binnen de groep met ISCO-code 2111 komen hier 3 beroepsprofielen voor, waaronder sterrenkundige. Twee essentiële begrippen naast ‘abstract denken’ zijn ‘wetenschappelijk onderzoek in een waarnemingscentrum uitvoeren’ en ‘experimentele gegevens verzamelen’. In de geselecteerde groep van 122 beroepen is het eerste begrip in 2 profielen essentieel en het tweede in 11. Laat iemand uit sterrenkundige voor ‘experimentele gegevens verzamelen’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van manager onderzoek en ontwikkeling over ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit huisarts
Voor huisarts liggen andere accenten bij ‘abstract denken’. Op de essentiële lijst met 10 begrippen staan ook ‘gezondheidszorgdiensten bieden aan patiënten in de algemene medische praktijk’ en ‘de fysieke toestand van klanten beoordelen’. Onder alle bronberoepen bij ‘abstract denken’ is de combinatie met ‘gezondheidszorgdiensten bieden aan patiënten in de algemene medische praktijk’ 1 keer aangetroffen en die met ‘de fysieke toestand van klanten beoordelen’ 2 keer. Vraag aan een huisarts wat bij ‘gezondheidszorgdiensten bieden aan patiënten in de algemene medische praktijk’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van manager onderzoek en ontwikkeling bij ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘abstract denken’ omvat ISCO-code 2310 met 39 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen assistent-lector, docent aardwetenschappen hoger onderwijs, docent antropologie hoger onderwijs. Kijk je specifiek naar manager onderzoek en ontwikkeling en sterrenkundige, dan zijn er naast ‘abstract denken’ nog 6 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘persoonlijke professionele ontwikkeling beheren’. Voeg je huisarts toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘abstract denken’ nog 3 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van manager onderzoek en ontwikkeling is ‘haalbaarheid van de implementatie van ontwikkelingen beoordelen’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor huisarts levert ‘de fysieke toestand van klanten beoordelen’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten beheren’?
- Wie kon achteraf ‘experimentele gegevens verzamelen’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘gezondheidszorgdiensten bieden aan patiënten in de algemene medische praktijk’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over abstract denken te weten komen?
