| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| schoenmaker | preassemblagetechnieken voor bovendelen van schoeisel toepassen | preassemblagetechnieken voor ondermateriaal van schoeisel toepassen |
| manager productontwikkeling schoeisel | ontwikkelprocessen toepassen op het ontwerpen van schoeisel | proefmodellen van schoeisel maken |
| ontwerper schoenen | technische schetsen voor schoeisel maken | moodboards maken |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip 10311d30-7788-4866-be1c-8235832b7cee. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit schoenmaker
Een schoenmaker heeft in de classificatie 17 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘patronen voor schoeisel maken’ zijn ‘preassemblagetechnieken voor bovendelen van schoeisel toepassen’ en ‘preassemblagetechnieken voor ondermateriaal van schoeisel toepassen’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 3 van de 8 profielen staat de combinatie met ‘preassemblagetechnieken voor bovendelen van schoeisel toepassen’; voor de combinatie met ‘preassemblagetechnieken voor ondermateriaal van schoeisel toepassen’ is dat 3. Vraag welke rol ‘preassemblagetechnieken voor bovendelen van schoeisel toepassen’ speelde vóór iemand aan ‘patronen voor schoeisel maken’ begon. Hoe zou een manager productontwikkeling schoeisel datzelfde werkmoment beschrijven als ‘ontwikkelprocessen toepassen op het ontwerpen van schoeisel’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit manager productontwikkeling schoeisel
Binnen de groep met ISCO-code 1223 komen hier 1 beroepsprofielen voor, waaronder manager productontwikkeling schoeisel. Twee essentiële begrippen naast ‘patronen voor schoeisel maken’ zijn ‘ontwikkelprocessen toepassen op het ontwerpen van schoeisel’ en ‘proefmodellen van schoeisel maken’. In de geselecteerde groep van 8 beroepen is het eerste begrip in 3 profielen essentieel en het tweede in 3. Laat iemand uit manager productontwikkeling schoeisel voor ‘proefmodellen van schoeisel maken’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van schoenmaker over ‘preassemblagetechnieken voor ondermateriaal van schoeisel toepassen’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit ontwerper schoenen
Voor ontwerper schoenen liggen andere accenten bij ‘patronen voor schoeisel maken’. Op de essentiële lijst met 25 begrippen staan ook ‘technische schetsen voor schoeisel maken’ en ‘moodboards maken’. Onder alle bronberoepen bij ‘patronen voor schoeisel maken’ is de combinatie met ‘technische schetsen voor schoeisel maken’ 3 keer aangetroffen en die met ‘moodboards maken’ 2 keer. Vraag aan een ontwerper schoenen wat bij ‘technische schetsen voor schoeisel maken’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van schoenmaker bij ‘preassemblagetechnieken voor bovendelen van schoeisel toepassen’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘patronen voor schoeisel maken’ omvat ISCO-code 7536 met 5 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen CAD-patroontekenaar schoeisel, maatschoenmaker, orthopedisch schoenmaker. Kijk je specifiek naar schoenmaker en manager productontwikkeling schoeisel, dan zijn er naast ‘patronen voor schoeisel maken’ nog 5 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘technologie voor de productie van schoeisel’. Voeg je ontwerper schoenen toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘patronen voor schoeisel maken’ nog 5 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van schoenmaker is ‘preassemblagetechnieken voor ondermateriaal van schoeisel toepassen’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor ontwerper schoenen levert ‘moodboards maken’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘preassemblagetechnieken voor bovendelen van schoeisel toepassen’?
- Wie kon achteraf ‘proefmodellen van schoeisel maken’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘technische schetsen voor schoeisel maken’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over patronen voor schoeisel maken te weten komen?
