| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| lean-manager | prioriteiten aanpassen | productieomschakelingen realiseren |
| zuiveltechnoloog | materialen voor zuiveltesten gebruiken | afwijkingen bij de melkproductie volgen |
| figurant | scènes spelen voor opname | zich discreet gedragen |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip 25e16679-a7d0-464d-916c-63210001bbab. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit lean-manager
Een lean-manager heeft in de classificatie 30 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘betrouwbaar handelen’ zijn ‘prioriteiten aanpassen’ en ‘productieomschakelingen realiseren’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 1 van de 11 profielen staat de combinatie met ‘prioriteiten aanpassen’; voor de combinatie met ‘productieomschakelingen realiseren’ is dat 1. Vraag welke rol ‘prioriteiten aanpassen’ speelde vóór iemand aan ‘betrouwbaar handelen’ begon. Hoe zou een zuiveltechnoloog datzelfde werkmoment beschrijven als ‘materialen voor zuiveltesten gebruiken’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit zuiveltechnoloog
Binnen de groep met ISCO-code 3122 komen hier 1 beroepsprofielen voor, waaronder zuiveltechnoloog. Twee essentiële begrippen naast ‘betrouwbaar handelen’ zijn ‘materialen voor zuiveltesten gebruiken’ en ‘afwijkingen bij de melkproductie volgen’. In de geselecteerde groep van 11 beroepen is het eerste begrip in 1 profielen essentieel en het tweede in 2. Laat iemand uit zuiveltechnoloog voor ‘afwijkingen bij de melkproductie volgen’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van lean-manager over ‘productieomschakelingen realiseren’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit figurant
Voor figurant liggen andere accenten bij ‘betrouwbaar handelen’. Op de essentiële lijst met 6 begrippen staan ook ‘scènes spelen voor opname’ en ‘zich discreet gedragen’. Onder alle bronberoepen bij ‘betrouwbaar handelen’ is de combinatie met ‘scènes spelen voor opname’ 1 keer aangetroffen en die met ‘zich discreet gedragen’ 1 keer. Vraag aan een figurant wat bij ‘scènes spelen voor opname’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van lean-manager bij ‘prioriteiten aanpassen’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘betrouwbaar handelen’ omvat ISCO-code 8160 met 2 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen procesoperator warmtebehandeling van melk, productiemedewerker vervaardiging van zuivelproducten. Kijk je specifiek naar lean-manager en zuiveltechnoloog, dan zijn er naast ‘betrouwbaar handelen’ nog 0 andere gedeelde essentiële begrippen. Voor dit tweetal is ‘betrouwbaar handelen’ dus het enige gedeelde essentiële begrip. Voeg je figurant toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘betrouwbaar handelen’ nog 0 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van lean-manager is ‘productieomschakelingen realiseren’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor figurant levert ‘zich discreet gedragen’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘prioriteiten aanpassen’?
- Wie kon achteraf ‘afwijkingen bij de melkproductie volgen’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘scènes spelen voor opname’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over betrouwbaar handelen te weten komen?
