Franchise Matchmakers
Aan tafel 3 min lezen

Bedden opmaken · drie beroepsvoorbeelden voor het gesprek

Hoe herken je ‘bedden opmaken’ bij iemand uit een ander beroep dan het jouwe? ESCO koppelt deze vaardigheid als essentieel aan 4 beroepsprofielen, verdeeld over 4 viercijferige ISCO-groepen. Kijk bijvoorbeeld naar huishoud(st)er, thuiszorgmedewerker en interieurverzorger. In het eerste profiel ligt ‘toezicht houden op de keukenbenodigdheden’ in de buurt; in het tweede profiel is dat ‘zorgen voor ouderen’ en in het derde ‘huishoudlinnen wassen’. Gebruik het verschil tussen deze werkcontexten om over een concrete handeling te spreken in plaats van alleen over een functietitel.

Twee mannen luisteren naar een gesprekspartner aan een tafel met een laptop.
Aan tafel Derek Coleman · Unsplash
Voorbeelden uit het Europese vaardighedennetwerk
BeroepsprofielAndere essentiële vaardigheidNog een gesprekshaakje
huishoud(st)ertoezicht houden op de keukenbenodigdhedentoezicht houden op het schoonmaken
thuiszorgmedewerkerzorgen voor ouderengezondheidstoestand van patiënten controleren
interieurverzorgerhuishoudlinnen wassentoiletfaciliteiten schoonmaken

This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip e0c6fdd1-336a-4e2f-91d1-ab4a2f9c385d. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.

01

Gesprek vanuit huishoud(st)er

Een huishoud(st)er heeft in de classificatie 23 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘bedden opmaken’ zijn ‘toezicht houden op de keukenbenodigdheden’ en ‘toezicht houden op het schoonmaken’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 1 van de 4 profielen staat de combinatie met ‘toezicht houden op de keukenbenodigdheden’; voor de combinatie met ‘toezicht houden op het schoonmaken’ is dat 1. Vraag welke rol ‘toezicht houden op de keukenbenodigdheden’ speelde vóór iemand aan ‘bedden opmaken’ begon. Hoe zou een thuiszorgmedewerker datzelfde werkmoment beschrijven als ‘zorgen voor ouderen’ in de voorbereiding meespeelt?

02

Gesprek vanuit thuiszorgmedewerker

Binnen de groep met ISCO-code 5322 komen hier 1 beroepsprofielen voor, waaronder thuiszorgmedewerker. Twee essentiële begrippen naast ‘bedden opmaken’ zijn ‘zorgen voor ouderen’ en ‘gezondheidstoestand van patiënten controleren’. In de geselecteerde groep van 4 beroepen is het eerste begrip in 1 profielen essentieel en het tweede in 1. Laat iemand uit thuiszorgmedewerker voor ‘gezondheidstoestand van patiënten controleren’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van huishoud(st)er over ‘toezicht houden op het schoonmaken’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?

03

Gesprek vanuit interieurverzorger

Voor interieurverzorger liggen andere accenten bij ‘bedden opmaken’. Op de essentiële lijst met 20 begrippen staan ook ‘huishoudlinnen wassen’ en ‘toiletfaciliteiten schoonmaken’. Onder alle bronberoepen bij ‘bedden opmaken’ is de combinatie met ‘huishoudlinnen wassen’ 1 keer aangetroffen en die met ‘toiletfaciliteiten schoonmaken’ 1 keer. Vraag aan een interieurverzorger wat bij ‘huishoudlinnen wassen’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van huishoud(st)er bij ‘toezicht houden op de keukenbenodigdheden’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?

04

Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?

In de groep rond ‘bedden opmaken’ omvat ISCO-code 5152 met 1 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen huishoud(st)er. Kijk je specifiek naar huishoud(st)er en thuiszorgmedewerker, dan zijn er naast ‘bedden opmaken’ nog 3 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘stoffen strijken’. Voeg je interieurverzorger toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘bedden opmaken’ nog 2 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.

Onder de essentiële taken van huishoud(st)er is ‘toezicht houden op het schoonmaken’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor interieurverzorger levert ‘toiletfaciliteiten schoonmaken’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.

Vragen voor het vervolg

  • Wat gebeurde er direct vóór ‘toezicht houden op de keukenbenodigdheden’?
  • Wie kon achteraf ‘gezondheidstoestand van patiënten controleren’ controleren?
  • Hoe veranderde de werkwijze toen ‘huishoudlinnen wassen’ meer aandacht vroeg?

Bronnen

Franchise Matchmakers

Waarover moet de kennismaking gaan?

Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over bedden opmaken te weten komen?