| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| beleidsmedewerker regionale ontwikkeling | contacten onderhouden met lokale overheden | wetenschappelijk onderzoek verrichten |
| beleidsmedewerker economische zaken | economisch beleid ontwikkelen | toezicht houden op de nationale economie |
| wetenschappelijk onderzoeker bedrijfseconomie | kwantitatief onderzoek uitvoeren | verwerking van digitale gegevens |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip 384ed14c-bf1f-4a65-aef6-6e711f43c4ce. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit beleidsmedewerker regionale ontwikkeling
Een beleidsmedewerker regionale ontwikkeling heeft in de classificatie 11 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘advies geven over economische ontwikkeling’ zijn ‘contacten onderhouden met lokale overheden’ en ‘wetenschappelijk onderzoek verrichten’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 2 van de 5 profielen staat de combinatie met ‘contacten onderhouden met lokale overheden’; voor de combinatie met ‘wetenschappelijk onderzoek verrichten’ is dat 1. Vraag welke rol ‘contacten onderhouden met lokale overheden’ speelde vóór iemand aan ‘advies geven over economische ontwikkeling’ begon. Hoe zou een beleidsmedewerker economische zaken datzelfde werkmoment beschrijven als ‘economisch beleid ontwikkelen’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit beleidsmedewerker economische zaken
Binnen de groep met ISCO-code 2631 komen hier 4 beroepsprofielen voor, waaronder beleidsmedewerker economische zaken. Twee essentiële begrippen naast ‘advies geven over economische ontwikkeling’ zijn ‘economisch beleid ontwikkelen’ en ‘toezicht houden op de nationale economie’. In de geselecteerde groep van 5 beroepen is het eerste begrip in 2 profielen essentieel en het tweede in 1. Laat iemand uit beleidsmedewerker economische zaken voor ‘toezicht houden op de nationale economie’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van beleidsmedewerker regionale ontwikkeling over ‘wetenschappelijk onderzoek verrichten’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit wetenschappelijk onderzoeker bedrijfseconomie
Voor wetenschappelijk onderzoeker bedrijfseconomie liggen andere accenten bij ‘advies geven over economische ontwikkeling’. Op de essentiële lijst met 15 begrippen staan ook ‘kwantitatief onderzoek uitvoeren’ en ‘verwerking van digitale gegevens’. Onder alle bronberoepen bij ‘advies geven over economische ontwikkeling’ is de combinatie met ‘kwantitatief onderzoek uitvoeren’ 1 keer aangetroffen en die met ‘verwerking van digitale gegevens’ 1 keer. Vraag aan een wetenschappelijk onderzoeker bedrijfseconomie wat bij ‘kwantitatief onderzoek uitvoeren’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van beleidsmedewerker regionale ontwikkeling bij ‘contacten onderhouden met lokale overheden’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘advies geven over economische ontwikkeling’ omvat ISCO-code 2631 met 4 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen beleidsmedewerker economische zaken, coördinator economische ontwikkeling, economisch adviseur. Kijk je specifiek naar beleidsmedewerker regionale ontwikkeling en beleidsmedewerker economische zaken, dan zijn er naast ‘advies geven over economische ontwikkeling’ nog 6 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘advies geven over wetgevingsbesluiten’. Voeg je wetenschappelijk onderzoeker bedrijfseconomie toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘advies geven over economische ontwikkeling’ nog 0 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van beleidsmedewerker regionale ontwikkeling is ‘wetenschappelijk onderzoek verrichten’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor wetenschappelijk onderzoeker bedrijfseconomie levert ‘verwerking van digitale gegevens’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘contacten onderhouden met lokale overheden’?
- Wie kon achteraf ‘toezicht houden op de nationale economie’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘kwantitatief onderzoek uitvoeren’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over advies geven over economische ontwikkeling te weten komen?
