| Beroepsprofiel | Andere essentiële vaardigheid | Nog een gesprekshaakje |
|---|---|---|
| leidinggevend verpleegkundige | andere gezondheidswerkers begeleiden | behoefte aan gevorderde verzorging vaststellen |
| klinisch psycholoog | deskundig klinisch-psychologisch advies geven | geestesstoornissen vaststellen |
| apothekersassistent | farmaceutische gegevens bewaren | farmaceutische inventaris opmaken |
This publication uses the ESCO classification of the European Commission. Eigen uitwerking van ESCO v1.2.0. Bronbegrip 8232979d-6aa4-40c9-a12b-5152a52a76b8. Iedere rij toont gekoppelde labels, geen vereiste Nederlandse beroepsbevoegdheid.
Gesprek vanuit leidinggevend verpleegkundige
Een leidinggevend verpleegkundige heeft in de classificatie 79 essentiële kennis- en vaardigheidsrelaties. Vanuit ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’ zijn ‘andere gezondheidswerkers begeleiden’ en ‘behoefte aan gevorderde verzorging vaststellen’ twee extra ingangen voor een gesprek over dat beroep. In 1 van de 35 profielen staat de combinatie met ‘andere gezondheidswerkers begeleiden’; voor de combinatie met ‘behoefte aan gevorderde verzorging vaststellen’ is dat 1. Vraag welke rol ‘andere gezondheidswerkers begeleiden’ speelde vóór iemand aan ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’ begon. Hoe zou een klinisch psycholoog datzelfde werkmoment beschrijven als ‘deskundig klinisch-psychologisch advies geven’ in de voorbereiding meespeelt?
Gesprek vanuit klinisch psycholoog
Binnen de groep met ISCO-code 2634 komen hier 3 beroepsprofielen voor, waaronder klinisch psycholoog. Twee essentiële begrippen naast ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’ zijn ‘deskundig klinisch-psychologisch advies geven’ en ‘geestesstoornissen vaststellen’. In de geselecteerde groep van 35 beroepen is het eerste begrip in 1 profielen essentieel en het tweede in 1. Laat iemand uit klinisch psycholoog voor ‘geestesstoornissen vaststellen’ de overdracht aan een collega beschrijven. Vergelijk het antwoord met dat van leidinggevend verpleegkundige over ‘behoefte aan gevorderde verzorging vaststellen’. Welke handeling kon de collega in beide voorbeelden zelf terugzien?
Gesprek vanuit apothekersassistent
Voor apothekersassistent liggen andere accenten bij ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’. Op de essentiële lijst met 41 begrippen staan ook ‘farmaceutische gegevens bewaren’ en ‘farmaceutische inventaris opmaken’. Onder alle bronberoepen bij ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’ is de combinatie met ‘farmaceutische gegevens bewaren’ 1 keer aangetroffen en die met ‘farmaceutische inventaris opmaken’ 1 keer. Vraag aan een apothekersassistent wat bij ‘farmaceutische gegevens bewaren’ zichtbaar verandert wanneer tijd of materiaal ontbreekt. Leg daarnaast een voorbeeld van leidinggevend verpleegkundige bij ‘andere gezondheidswerkers begeleiden’. Is het verschil door de omstandigheden ontstaan of door de eigen keuze van de uitvoerder?
Wat verandert er bij een derde beroepsprofiel?
In de groep rond ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’ omvat ISCO-code 2269 met 8 profielen een van de grootste vertegenwoordigde groepen. Daaronder vallen assistent-podoloog, biomedisch analist, chiropractor. Kijk je specifiek naar leidinggevend verpleegkundige en klinisch psycholoog, dan zijn er naast ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’ nog 22 andere gedeelde essentiële begrippen. Eén daarvan is ‘inclusie bevorderen’. Voeg je apothekersassistent toe aan de vergelijking, dan blijven buiten ‘advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers’ nog 19 gemeenschappelijke begrippen over. Deze telling beschrijft verbanden tussen beroepsprofielen. Er is geen sollicitant mee beoordeeld.
Onder de essentiële taken van leidinggevend verpleegkundige is ‘behoefte aan gevorderde verzorging vaststellen’ een concrete controle voor de eerste werkproef. Voor apothekersassistent levert ‘farmaceutische inventaris opmaken’ een tweede, inhoudelijk andere opdracht op.
Vragen voor het vervolg
- Wat gebeurde er direct vóór ‘andere gezondheidswerkers begeleiden’?
- Wie kon achteraf ‘geestesstoornissen vaststellen’ controleren?
- Hoe veranderde de werkwijze toen ‘farmaceutische gegevens bewaren’ meer aandacht vroeg?
Bronnen
Waarover moet de kennismaking gaan?
Welke rol moet iemand straks vervullen, en wat wil je over advies geven in verband met geïnformeerde toestemming van zorgontvangers te weten komen?
